Vaste opstelling

Van Bruegel tot Van Gogh

Foto: Ton van der Vorst

Het Noordbrabants Museum toont een aansprekende collectie schilderijen van oude meesters uit de Zuidelijke Nederlanden. ‘Van Bruegel tot Van Gogh’ gidst de bezoeker van het begin van de zestiende eeuw naar het einde van de negentiende eeuw.

Aantrekkingskracht
Vanouds waren de noordelijke steden van Brabant – waaronder ’s-Hertogenbosch en Breda – sterk op het Zuiden gericht. Centra als Antwerpen, Brussel, Parijs en Rome oefenden hun magnetisme uit op talentvolle jonge kunstenaars.

Landschapsschilderkunst
Het landschap speelde al een rol in de kunst van Jheronimus Bosch. Na 1500 ontwikkelde de landschapschilderkunst zich tot een apart genre. Kunstenaars die naar Italië reisden, deden er een schepje bovenop, waarbij met name Pieter Bruegel de Oude in verf zijn liefde voor het landschap betuigde. Hij reisde naar Italië via de Alpen en beïnvloedde met zijn panoramische berglandschappen zijn tijdgenoten. Later namen de kinderen en kleinkinderen van Pieter Bruegel de fakkel van hem over.

Historieschilderkunst

In de eerste helft van de zestiende eeuw hadden vorstelijke, kerkelijke en openbare opdrachtgevers een zwak voor werken met historische thema’s en personen. De historieschilders kozen onderwerpen uit de bijbel, klassieke literatuur en mythologie. De belangrijkste schilder was Peter Paul Rubens uit Antwerpen. Juist in die historieschilderkunst, met zijn monumentale formaten en groots opgezette taferelen, komen de specifieke kwaliteiten van de Zuid-Nederlandse barokschilderkunst tot hun recht. Bijzonder is het aandeel van drie schilders uit het noorden van Brabant: Abraham van Diepenbeeck, Theodoor van Thulden en Thomas Willeboirts Bosschaert.

Genreschilderkunst
Genreschilderkunst toont mensen in hun dagelijkse omgeving. De negentiende-eeuwse beoefenaars hadden een voorliefde voor binnenhuistaferelen met daglicht of voor kaarslichtstukken met sterke licht-donkercontrasten. De schilderwijze is precies en gedetailleerd. De interpretatie van de onderwerpen is lichtvoetig en neigt naar het sentimentele. De moralistische lessen uit zeventiende-eeuwse stukken zijn verdwenen.

Van Gogh
Van oorsprong is Vincent van Gogh (1853-1890) een Brabantse kunstenaar. Hij wordt
geboren in Zundert en gaat naar school in Zevenbergen en Tilburg. Na zijn keuze voor het kunstenaarschap – hij wil ‘boerenschilder’ worden – werkt hij in Etten (1881) en in Nuenen (1884-85), waar zijn vader predikant is. In beide dorpen bekwaamt hij zich in het schilderen van Brabantse boeren en boerinnen. Zijn voorbeelden zijn Franse en Nederlandse schilders als Millet, Breton, Israëls en Mauve. Zowel de eenvoud als de grootsheid van werkende mensen fascineert Van Gogh. Ze stonden dicht bij de natuur, bij het ‘wezenlijke leven’, vond hij.
Aan het werk waande Van Gogh zich een uiterst modern schilder met het schilderen van boeren en landarbeiders. Uit een brief aan zijn broer Theo, met wie hij veelvuldig correspondeert: “Er bestaat – voor zover ik weet geen enkele akademie waar men een spitter, een zaaier, een vrouw die den pot over 't vuur hangt (…) leert tekenen of schilderen.” In de winter portretteert hij zijn modellen in hun boerenhuizen. Zo ontstaat zijn idee om al die figuren in één groot doek te verenigen: ‘De Aardappeleters’, dat in het Van Gogh Museum in Amsterdam hangt.
 

Van Bruegel tot Van Gogh is één van de Verhalen over Brabant