Johannes Bosboom, Interieur van de Sint Jan in Den Bosch, 1840
In 1629 bulderden de kanonnen rond
’s-Hertogenbosch; Frederik Hendrik veroverde de stad. Alle ‘schietgebedjes’ ten spijt verloren de katholieken hun geloofsvrijheid. Pas met de komst van de Fransen in 1794 konden de katholieke Brabanders weer opgelucht ademhalen. Ook de Sint-Jan kwam weer in katholieke handen. Langzaamaan werden de Brabantse katholieken zelfbewuster. Naarmate de negentiende eeuw vorderde, groeide hun roep om emancipatie.
KerkschattenIn 1853 werden de bisdommen hersteld. Monseigneur Zwijssen werd de nieuwe bisschop van ’s-Hertogenbosch en tevens aartsbisschop van Utrecht. De kersverse bisschop zette zijn zinnen op het terughalen van enkele belangrijke kerkschatten. Met succes. Zo keerde het beeld van de Onze Lieve Vrouw van ’s-Hertogenbosch naar de Sint-Jan terug, nadat het vanaf 1629 in Brussel ‘asiel’ had beleefd.
NeogotiekRond 1850 ontstonden de eerste plannen om de Sint-Jan in haar oude glorie te herstellen. Het Provinciaal Genootschap schreef een restauratieprijsvraag uit. In kerkelijke kringen richtte men zich steeds meer op de gotiek, de stijl uit de middeleeuwen – de hoogtijdagen van de katholieke Kerk. Tot in het begin van de twintigste eeuw zou de neogotiek de dominante stijl in de katholieke kunst blijven.

De
Katholieke heropleving is één van de
Verhalen over Brabant