De wat naïeve afbeeldingen op het servies romantiseren de transportrevolutie van de negentiende en twintigste eeuw. Er staan onder meer een trekschuit en paardentram, maar ook moderne vervoermiddelen zoals bussen en vrachtwagens afgebeeld. Het feit dat de tijdgeest gevangen is in deze serie aardewerk maakt het een aantrekkelijk museumstuk.
Kerstservies
Recent heeft het Noordbrabants Museum een vrijwel compleet kerstpakket van de vervoersdienst BBA verworven. In 1958 schonk de BBA (de N.V. Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten) alle werknemers een servies. Zoals de traditie verlangt, is het een praktisch geschenk. Dat zal geen toeval zijn, mede gezien de economische situatie van naoorlogs Nederland. Het bedrijf verbond echter een bijzondere voorwaarde aan dit kerstpakket, waardoor het een interessant historisch object wordt. Niet elke werknemer kreeg hetzelfde pakket. De burgerlijke staat van de medewerkers was leidend. Vrouwelijke vrijgezellen kregen een bonbonnière en mannelijke vrijgezellen een drietal asbakjes. Wie gehuwd was, ontving een groter pakket: een 9-delig mokkaservies. Vandaag de dag zouden we deze benadering misschien discriminatie willen noemen. Maar toen was dat nog heel gewoon.
Trouwen en werken
De decennia na de Tweede Wereldoorlog worden gekenmerkt door wederopbouw en modernisering. In de jaren ’50 is dat proces nog in volle gang. De Nederlandse samenleving is echter in veel opzichten nog letterlijk vooroorlogs, bijvoorbeeld wat de rolverdeling tussen mannen en vrouwen betreft. Dit is duidelijk te zien op de arbeidsmarkt. Zo was in 1924 bij Koninklijk Besluit bepaald dat vrouwelijke ambtenaren die in het huwelijksbootje stapten, zouden worden ontslagen. Niet om te voorkomen dat deze vrouwen trouwden, maar omdat het buitenshuis werken van gehuwde vrouwen werd afgewezen op grond van breedgedragen geloofsoverwegingen. Deze geschreven én ongeschreven regels bleven lang gehandhaafd. Direct na de oorlog versoepelde minister Beel het Koninklijk Besluit enigszins, maar de traditionele lijn werd voortgezet: getrouwde vrouwelijke ambtenaren en onderwijzeressen mochten blijven werken, tenzij de vacature kon worden opgevuld door mannen of ongehuwde vrouwen.
Theorie en praktijk
Halverwege de jaren ’50 verandert de mentaliteit bij de overheid. Er wordt een commissie ingesteld die in een motie voorstelt ‘dat het niet op de weg van de staat ligt de arbeid van de gehuwde vrouw te verbieden’. In de praktijk maakt de acceptatie van deze motie in 1957 maar weinig verschil. Zeker in katholieke kringen wordt gesuggereerd dat werkende gehuwden sneller besluiten anticonceptiemiddelen te gebruiken – de pil is dan overigens nog niet in de handel. Maar de gedachte is onaanvaardbaar. Zodoende nemen eind jaren ’50 nog altijd veel vrouwen vrijwillig ontslag wanneer zij trouwen of hun eerste kind krijgen.
Servies als tijdsdocument
In dit licht bezien is het onderscheid dat de BBA maakt bij de uitreiking van de kerstpakketten begrijpelijker. Het gezin is in 1958 nog altijd de onbetwiste hoeksteen van de samenleving en zodoende staat het huwelijk in een hoog aanzien. Dit kerstpakket onderschrijft deze mentaliteit. De kans bestaat dat de BBA in de jaren ’50 niet eens gehuwde (jonge) vrouwen in dienst had. Zou het mokkaservies dan alleen voor getrouwde mannen bestemd zijn geweest?

Het Kerstservies is vanaf half februari 2010 te zien in de aanwinstenhoek